Diagnose hoe werkt dat?

adhd brein Op één of meerdere vlakken gaat er iets niet lekker in je leven en je bent op onderzoek uitgegaan. Je wil nu toch echt wel eens weten of je AD(H)D hebt of niet.
De weg naar een diagnose begint in vaak met het invullen van een online test waar een uitslag uitrolt die aangeeft dat er een (grote) kans bestaat dat je AD(H)D hebt. Hierna volgt een bezoek aan de huisarts die doorverwijst naar een in AD(H)D gespecialiseerde arts (psycholoog of psychiater). Deze gespecialiseerde arts onderzoekt vervolgens of er sprake is van AD(H)D. Het onderzoek houdt in de praktijk vaak het volgende in:

1. Het invullen van een aantal vragenlijsten.
2. Een uitgebreid interview (anamnese) waarin met jou (en eventueel je partner) wordt gekeken naar een aantal zaken:
– Of een aantal kenmerken zoals deze in de DSM-IV omschreven staan voorkomen in jouw gedrag.
– Of deze AD(H)D-kenmerken al tijdens jouw vroege jeugd aanwezig waren.
– Of er sprake is van een levenslang patroon en de kenmerken niet alleen gedurende een bepaalde periode van je leven aanwezig zijn geweest.
– In hoeverre deze kenmerken de kwaliteit van je leven hebben beïnvloed op minimaal twee van de volgende gebieden: thuis, werk/studie, financiën en relaties/sociaal gebied.
– Of er nog steeds sprake is van disfunctioneren in minimaal twee van bovengenoemde gebieden.
– Of er sprake is van bijkomende problematiek (comorbiditeit).
– Of de klachten die je ervaart geen lichamelijke oorzaak hebben.

3. Een interview met één of meerdere familieleden (familieanamnese) waarin wordt bekeken of AD(H)D of symptomen daarvan, in de familie voorkomt (erfelijke factor). Ook kunnen familieleden zich vaak meer/andere dingen herinneren uit jouw vroege jeugd die belangrijk kunnen zijn voor het stellen van de juiste diagnose.

Soms wordt er aanvullend onderzoek gedaan door middel van hersenonderzoek (neuropsychologische tests).

Als uit het onderzoek blijkt dat je AD(H)D hebt, zul je een van deze drie subtypen als diagnose krijgen:

ADHD-I is het onoplettende type wat wordt geassocieerd met de term ADD.
ADHD-H is het hyperactieve en impulsieve type wat meer wordt geassocieerd met ADHD.
ADHD-C is het gecombineerde type waarbij zowel onoplettendheid of aandachtsproblemen als hyperactiviteit en impulsiviteit aan de orde zijn.

Kijk hier voor een uitgebreidere omschrijving per subtype.

Ik heb een diagnose. En nu?
Voor veel mensen die net de diagnose AD(H)D hebben gehad lijkt het alsof zij in een ‘molen’ terecht komen waarin automatisch bepaalde stappen doorlopen worden.
Je goed laten informeren over en er even de tijd voor nemen om te kijken welke mogelijkheden er zijn qua behandeling is van belang. Omdat niemand hetzelfde is, is het belangrijk om uit te vinden wat het beste werkt voor jouw unieke ik.

Psycho-educatie: voorlichting voor de persoon met AD(H)D en zijn/haar omgeving over wat AD(H)D inhoudt. Het geeft onder andere inzicht in hoe de hersenen werken van iemand met AD(H)D en de werking van medicatie. Het verkrijgen van deze inzichten kan helpen bij het accepteren van de diagnose en bij het maken van een gerichtere keuze qua behandeling.
Medicatie: medicijnen kunnen helpen de AD(H)D-symptomen tijdelijk te verminderen. Doordat AD(H)D niet te genezen is door medicatie komen de symptomen na het uitwerken van de medicatie dus weer terug. Bij het uitwerken van kortwerkende medicijnen kan een reboundeffect optreden. Dit is een tijdelijke verergering van de AD(H)D-symptomen.
Coaching: in gesprek met een coach ga je praktijk-/ en oplossingsgericht aan de slag om de AD(H)D-symptomen te verminderen. Ook word je geholpen meer grip op je denkprocessen te krijgen.
Gedragstherapie: is een vorm van psychotherapie waarin je met je een therapeut kijkt naar welk gedrag problematisch is, hoe dit is ontstaan en welk gedrag daarvoor in de plaats kan komen. Om dit in de praktijk te brengen wordt er gebruik gemaakt van oefeningen en huiswerk.
Cognitieve therapie: is een mix van gesprekstherapie en gedragstherapie. Deze therapie gaat ervan uit dat gedrag wordt beïnvloed door de manier waarop iemand naar gebeurtenissen in zijn/haar leven kijkt. Met een therapeut leer je kijken naar welke gedachten er achter bepaalde emoties en gedragingen zitten, in hoeverre deze reëel zijn en oefen je met het ombuigen van deze gedachten/objectiever naar gebeurtenissen kijken zodat je gedrag kan veranderen.
Neurofeedback: door middel van elektrodes op je hoofd wordt je hersenactiviteit in kaart gebracht. Hierna volgen een aantal (20-40) trainingsessies waarbij je achter een computerscherm een spelletje speelt of filmpjes bekijkt. Terwijl je dit doet volgt een therapeut je hersenactiviteit en beloont je via geluid of beeld op het moment dat je hersenen meer van de gewenste hersengolven laten zien. Doordat je hersenen gewend raken aan deze beloning, zullen deze de gewenste hersenactiviteit uiteindelijk uit zichzelf produceren.
Mindfulness: een vorm van meditatie waarbij het uitgangspunt is: doelbewust aandacht geven aan lichaam en geest, zonder oordeel, in het huidige moment. Door middel van tijd en training kan deze vaardigheid aangeleerd worden en er wordt momenteel veel onderzoek gedaan naar het positieve effect ervan voor mensen met AD(H)D.

Voor meer informatie over en/of eventueel meedoen aan een onderzoek naar de werking van mindfulness op AD(H)D bij volwassenen kun je kijken op de website van
Radboud UMC (onderzoek onder volwassenen in de regio Nijmegen)

Voor meer informatie over en/of eventueel meedoen aan een onderzoek naar de werking van mindfulness op AD(H)D bij jongeren en kinderen kun je kijken op de website van de Universiteit van Amsterdam.

Reacties

  1. qwer qwerty zegt:

    jullie link naar het Radbout werkt niet

Laat wat van je horen

*