Ich bin der Anton aus Tirol

adhd bij volwassenen antonHet moet ergens in 1999 zijn geweest. De school waar ik op dat moment ingeschreven stond, bestond zoveel jaar. Ik weet niet eens meer hoeveel. Het was in ieder geval feest en met de hele goegemeente vertrokken we naar Euro Disney in Parijs. Om vijf uur moesten we weer bij de bussen zijn, zo werd ons op het hart gedrukt. Vijf uur. Stipt. Geen minuut later. We rijden gewoon weg. En nog meer van de gebruikelijke dreigtaal waarmee leraren hopeloos probeerden nog enigszins wat gezag uit te stralen.

Veel weet ik er niet meer van. Dat we ’s morgens om vier uur in de bus waren  begonnen met het zingen van ‘Anton aus Tirol’. Dat weet ik nog wel. Sorry. Elke generatie heeft zo z’n eigenaardigheden. Samen met twee anderen – heel toevallig ook ADHD-ers – schoof ik om kwart over vier aan in de rij bij de Space Mountain, een spectaculaire achtbaan in een donkere hal. De rij begon bij het bordje: ’90 minuten vanaf hier’. Die Fransen overdreven de hele dag al alles, vooral met de prijzen, dus ook hier zou dat wel het geval zijn, redeneerden wij. Mobiele telefoons hadden we nog niet. Wij verbrasten ons geld nog met sigaretten, kaassoufflés en dure cilinders voor onze brommers. Om kwart voor zes waren we aan de beurt. De geluidsinstallatie had die dag werkelijk elke naam die u zich maar kunt voorstellen minimaal één keer genoemd. De onze nog niet.

De Space Mountain vertrok. Schreeuwend en brullend met onze armen zo wijd mogelijk uitgestrekt, het gezicht op standje debiel om maar zo raar mogelijk op de foto te komen zaten we in het voorste bakje. Ineens, ergens halverwege, stopte de achtbaan. Wij hingen half in een looping. Zo voelde het tenminste. Zien deden we niets. Het was pikkedonker. Mensen gilden in paniek en de omroepinstallatie begon krakerig in het Frans een heel verhaal af te steken. We verstonden er niets van en begonnen maar weer te zingen.

“Ich bin so schön, ich bin so toll, ich bin der Anton aus Tirol!”

De veelal Fransen die in de bakjes achter ons zaten werden gek. Sissend als een leger slangen probeerden ze die ellendelingen daar vooraan tot stilte te manen. Het was inmiddels zes uur.

Een paar minuten later ging het licht aan en bleek dat wij het er nog redelijk vanaf hadden gebracht. Een groot gedeelte van de rits karretjes hing op zijn kop in een kurkentrekker. Het was een dolkomisch gezicht. Of ze nu verhit waren door de woede op ons of door de verre van comfortabele houding, of misschien wel allebei, keken ze ons met rood aangelopen koppies aan. Ons Frans was verre van goed, ronduit slecht zelfs, dus verstaan deden we ze niet.

“Wippe ich mit dem Gesäß, schrein die Hasen SOS und wollen den Anton aus Tirol.”

Een kwartier later reed het kreng weer verder. Ik ben nog nooit zo blij geweest dat de veiligheidsgordels handmatig moesten losgemaakt worden door de storing. En dat wij in het eerste karretje zaten.

We hadden geluk. Onze favoriete leraar – weliswaar vol ongeduld – stond ons op te wachten bij de laatst overgebleven bus. Mopperend duwde hij ons naar binnen. “De rector heeft wel tien keer gevraagd om jullie om te laten roepen, maar ze waren druk met een paar dronken Duitsers.”

Over Anton Kuijntjes

Reacties

  1. Arjan K zegt:

    Ha Anton, mooi stuk. Dat was 12 november 1999 😉

  2. Prachtig verhaal, Anton! Zit hier met tranen op m’n wangen van het lachen!

  3. Ga toch schrijven man!!
    (zonder gekheid: wanneer komt jouw 1e boek iuit?)

  4. Geweldig!! Ik zie het helemaal voor me!!!

Laat wat van je horen

*