Typisch weer zo’n AD(H)D-moment!

Kijken of er mensen zijn die dit ook herkennen:

Stel hè, je hebt een deadline voor een verslag van je studie die je morgen af moet hebben. Natúúrlijk heb je geen inspiratie of motivatie gehad om de afgelopen 7 weken te beginnen aan of het bijhouden van dit verslag. Je krijgt je inspiratie en motivatie namelijk meestal pas wanneer die deadline nog een week van jou verwijdert is. Waarom? Nou, dat is dus typisch zo’n AD(H)D-moment omdat het plannen moeilijk gaat, je concentratie het niet volhoud en omdat je meestal tegen jezelf zegt ‘o ja, daar ga ik morgen/volgende week wel aan beginnen’.

Nu komt nog het leuke, want dit ‘deadline-werken’ zorgt natuurlijk ook voor de nodige stress, al helemaal als je pas de laatste DRIE dagen inspiratie krijgt voor dit verslag of dat je nu pas de leerstof snapt die je in je verslag moet gaan gebruiken. Jammer genoeg verlaagd (te veel) stress je immuunsysteem, wat in sommige gevallen betekent dat je bijna standaard ziek wordt vlak voor of vlak na de deadline. Maar wanneer jij (extra) stress ondervindt, heb je ook meer de neiging om ontspannende activiteiten te doen of juist alle activiteiten te doen behalve aan dat belangrijke verslag te werken. Het zogenaamde ‘Soggen’ (SOG= Studie Ontwijkend Gedrag).

Combineer dit Soggen met het feit dat je in deze periodes (waar jij jouw concentratie en iets snellere informatieverwerking extra hard nodig heb) je medicatie (methylfenidaat of dergelijke) gebruik en Voila! Je komt in een van je pauzes op de avond vóór je deadline op deze site voor mensen met AD(H)D (of die herkenning zoeken/vinden in de kenmerken hiervan). Je ziet dat de laatst geposte blog van anderen 23 Oktober 2017 was. Je hebt zoooo verschrikkelijk veel zin om een blog hierop te schrijven (lekker impulsief dit), maar tegelijkertijd ben je nog maar 2/3 klaar met je verslag en begin jij je steeds zieker/grieperiger te voelen. Uiteindelijk besluit je om je docent te mailen, want je voelt je nu echt ziek, dat jij de deadline niet kunt halen en graag voor de tweede kans wilt. Je gaat op tijd naar bed en neemt jezelf voor het slapen voor om de volgende dag een blog te schrijven op deze site.

Ja hoor, typisch weer zo’n AD(H)D moment!

Letterlijk

Letterlijk nemen maar wel briljant.

Ik vraag aan mijn zoon (14 jaar met ADHD) of hij weet wat het spreekwoord : “in het land der blinden is eenoog koning ” betekent?  Hij weet het niet en ik leg het hem uit.

Zijn antwoord:” klopt niks van want het is het land der blinden en degene met een oog is dus ook blind”.

Gr. Paul uit wijchen

Een leven met AD(H)D

Deel 1: Een leven met ADD: Als kind en school

Als Kind: Mijn moeder zorgde voor de structuur. Ik heb geen vroege herinneringen van zaken die niet goed liepen of problemen die op ADD symptomen lijken. Wat ik als kind wel vaak te horen heb gekregen was dat ik ‘zo spontaan’ was (ik was/ben nogal een flapuit). Iets anders wat ik me niet meer herinner maar wat mijn ouders me vertelden was, dat als we op bezoek gingen, de mensen keken of ik ook in de auto zat en als dat het geval was, ze alle waardevolle spullen zo hoog wegzetten dat ik er niet bij kon met mijn handjes. Zoals mijn vader zegt: “Als hij het zag dan had hij het ook al vast”. Als kind was ik niet heel druk (zoals het standaard beeld van ADHD jongetjes is) in mijn doen en laten maar stilzitten met mijn benen en mijn mond houden kon ik niet heel lang achter elkaar. Als we als gezin TV keken vroeg mijn moeder mij telkens om mijn benen aub stil te houden.

 

Basisschool: In de rapporten die ik nog heb staat eigenlijk steeds: als je je werk wat beter na zou kijken dan zou je minder fouten maken, blijven opletten, beter concentreren op je werk, netter werken etc etc. Aan het eind van de basisschool werkten we met weektaken die had ik eigenlijk nooit af. Ik had gedurende de week te veel tijd besteed aan dagdromen, tekenen, praten of wat dan ook. Als ik dan eindelijk besloot om toch maar met die reken taken te beginnen dan was er altijd wel iets anders wat mijn aandacht vroeg. Dus het werk moest dan mee naar huis en in het weekend zag mijn moeder er op toe dat ik het alsnog af maakte aan de eettafel. Dat vond ik natuurlijk niet leuk en ik nam me dan ook elke keer weer voor om het komende week anders te doen. In klas 6 gaf de leerkracht het advies om mij naar de mavo te laten gaan omdat ik het met deze werkhouding op havo/vwo niet zou redden. Ik zou het waarschijnlijk best kunnen en als ik het (studie)licht nog zou zien dan kon ik altijd nog omhoog. “Hij kan het wel maar hij doet het niet”, toen was willen blijkbaar nog geen factor. Aan deze tijd heb ik best wel goede herinneringen. Natuurlijk was er wel eens gemopper over een rapport of een leraar die me de klas uit stuurde omdat ik weer zat te kletsen maar voor de rest heb weinig negatieve herinneringen. Waarbij ik ook moet zeggen dat ik merk dat ik veel minder herinneringen heb over die tijd dan bijvoorbeeld klasgenoten van toen.

MAVO: Vier jaar lang heel heel heel weinig gedaan. Muziek, sport, de jeugdsoos en bijvoorbeeld mijn c64 namen veel tijd in beslag. Met zeer magere rapporten bleef ik telkens net niet zitten maar het gaf ook geen aanleiding om mij naar een hogere vorm van VO te laten gaan. Het is niet dat ik niet op mijn kamertje ging zitten voor toetsen en uiteindelijk mijn examen, het goede voornemen was er altijd wel. Als ik dat deed lukte het me niet om ‘de kop erbij te houden’. Harde muziek hielp mij (mijn moeder had daar totaal geen begrip voor) om de geluiden van buiten en binnen te blocken maar mijn gedachten dwaalden toch steeds af. Eerst nog maar een stripboek lezen dan wellicht dat het straks wel lukt. Arjan eten!!! Huh?? Nu al… nou ja dan maar hopen dat ze net die dingen vragen die ik al weet omdat ik wel opgelet heb in de klas. Vooral bij vakken die mij interesseerden hoefde ik bijna niet te leren dan herinnerde ik me de verhalen van de docent wel. Ik had voor mijn examen een her. Ik deed wiskunde en scheikunde over op C niveau en met de hakken over de sloot had ik het gehaald. Bij de diploma uitreiking  liet de directeur een boek zien dat er als nieuw uitzag en een boek dat er niet meer uitzag. “U geloofd het niet, maar dit nieuwe boek is het hele jaar in een plastic tas vervoerd (mijn leren tas was stuk gegaan en die zou ik nog even maken) en dit uitgewoonde boek is het hele jaar in een nette leren boekentas vervoerd”. Het punt was gemaakt mijn podium- en klasgenoot met de uitreiking had zich het kolere gewerkt en het net gehaald en ik had het ook net gehaald alleen dan met bijna geen inzet. Op mijn tussenrapporten stonden vaak onvoldoendes (vaak Frans en wiskunde) en daar was natuurlijk veel gemopper over thuis. Mijn kamer kon ik ook niet netjes houden. Achteraf denk ik wel dat dit dè twee zaken waren waar ik het meeste gemopper over kreeg destijds. Ook dit is een periode waar ik niet erg negatief op terug kijk. De gang naar school was niet met enorme tegenzin. Ik heb deze periode ook niet als minder leuk of erg lastig weggeschreven in mijn geheugen. De ruzies thuis over slechte schoolresultaten, kamer opruimen en dingen/afspraken die ik vergat zijn natuurlijk absoluut niet leuk. Mijn omgeving gaf mijn slappe karakter de schuld. Ik rookte en dat kwam natuurlijk omdat ik geen nee durfde te zeggen en er bij wilde horen. Ik koos altijd de verkeerde vrienden. Ik had geen doorzettingsvermogen en durfde geen nee te zeggen. Ik was zelf nieuwsgierig naar allerlei dingen en wellicht dat mijn interne prikkel het won van het verstand maar ik zei niet ‘ja’ omdat ik bang was dat ze me een sukkel zouden vinden. Ik ervoer geen sociale druk eigenlijk.

MEAO: Van de dorpsmavo waar spijbelen echt onmogelijk was door de sociale controle naar een school in een stad waar je als volwassene behandeld werd. Bij geen zin meldde je jezelf af met hoofdpijn. Drie jaar lang leren en dan een examen. Het verschil met de mavo is wel dat hier vakken gegeven worden die je moet bijhouden. Bedrijfseconomie en Bedrijfsadministratie kun je niet in een weekend leren, dat moet je gedaan hebben en geoefend en als je ergens een periode mist dan haal je het op eigen kracht nooit meer in. Deze vakken vond ik dodelijk saai en vond dat dit tegenwoordig door computers werd gedaan. In mijn klas zaten nogal wat zittenblijvers en die kenden de klappen van de zweep en de stad erg goed. Te weinig vakken die mijn interesse hadden hielpen mijn motivatie niet mee. Ik werd vaak weggestuurd omdat ik mijn werk niet gedaan had. De school had een structureel lokalen tekort waardoor er echt bagger roosters uitkwamen met op vrijdagmiddag na 1 uur vrij nog een uur gym. Het is geen excuus voor mijn gedrag maar het hielp zeker niet. Ik spijbelde veel. Ik bleef voor het eerst in mijn leven zitten. Best een schaamtevolle gebeurtenis. Voornamelijk in de familie van mijn moeder omdat iedereen daar bijna in het onderwijs werkte of had gewerkt. De eerste vraag aan mij was dan ook vaak: ”Hoe gaat het op school?” Nou ja, ruk dus! Ik reageerde later ook vaak met: “Het gaat goed met mij, fijn dat je het vraagt” Cynisch antwoord natuurlijk maar ik vond het oprecht vreemd dat men interesse had voor het een en niet voor het andere. Toen ik in de tweede weer bleef zitten zei de schoolleiding dat ze me niet meer wilden hebben op die school. Mensen die het niet konden, konden ze helpen maar iemand die het niet wil konden ze niets mee. De omschakeling van het ‘niet doen’ naar het ‘niet willen’. Dan maar naar een nog grotere stad, het volwassenenonderwijs in. Ik moest een contract tekenen vooraf, dat als ik me niet aan de regels zou houden, (oa. Altijd je huiswerk doen en niet te laat komen laat staan afwezig zijn zonder goede reden) de schoolleiding dat mocht opvatten als een verzoek van mijn kant om me uit te laten schrijven. Deze bijzondere manier van afspraken maken is me altijd bijgebleven ☺. Ik houd het kort: jaar 1 haalde ik 4 vakken (privaatrecht, nederlands, engels en algemene economie) maar de 3 en de 4 op BE en BA maakten dat ik geen diploma kreeg. Poging 2 (ze gaven me nog een jaar de kans) zorgde dat ik voor algemene economie 7 haalde ipv de 6 van het jaar ervoor. De 4 en de 5 voor BE en BA zorgden wederom voor geen diploma. Met 4 certificaten op zak ging ik de arbeidsmarkt op. Die twee andere vakken zou ik wel halen in de avonduren naast een baan. Daar begon ik wel aan. Het om 6:30 beginnen en lichamelijk zwaar werk bij een groentesnijbedrijf zorgde er voor dat ik tijdens de les ’s avonds in slaap viel. Het had geen zin om door te gaan. Dat doe ik dan later wel als ik een baan heb met normale tijden was mijn voornemen. Het einde van mijn schoolcarrière dus.

In deze periode is mijn gevoel van continue falen wel echt begonnen denk ik. Mijn omgeving gaf mij immer duidelijk aan dat dit te maken had met mijn, in hun ogen, slappe karakter. Ik denk nu dat ik me hier in deze periode nog wel tegen verzet heb en steeds aan heb willen geven dat ik echt wel wilde. Mijn resultaten bewezen alleen anders. ADD zorgt er ook voor dat je niet lang je rot kan voelen dus de activiteiten buitenshuis en buiten school vergoeden wel wat. Het was thuis vaak niet leuk en op school was ik pas echt ongelukkig. Mijn vrienden, uitgaan, muziek, drinken, mijn computer, roken, en andere afleidingen waren de hoogtepunten.

Als ik terugkijk werd ik altijd beticht van onwil. Soms vroegen mijn ouder wel eens wanhopig, maar wat wil je dan? …. wist ik het maar. De schoolkeuze in die tijd was ook niet enorm. Als mensen  maar vaak genoeg tegen je zeggen dat je geen ruggengraat hebt dan ga je dat vanzelf ook denken over jezelf. Ik heb geen ruggengraat, ik ben een slappe zak, ik heb totaal geen karakter. Waarom zou ik er nog aan beginnen, ik maak het toch niet af. Goede voornemens zijn aan mij niet besteed dus daar stop ik dan ook maar mee. In de volgende delen van mijn verhaal kan je lezen hoe zo’n zelfbeeld doorwerkt in de keuzes die je maakt. Het gebrek aan focus maakt ook dat ik niet in staat ben om lang over een onderwerp na te denken. Vraagstukken als: ok deze school is blijkbaar niets voor jou, wat wil je dan wel gaan doen kon ik simpelweg niet lang genoeg vasthouden om vanuit reflectie een conclusie te trekken laat staan een plan te maken hoe het dan wel moest. Zelfs je zo intens ongelukkig voelen dat je van weekend naar weekend leeft, je soms 3 week achter elkaar niet naar school gaat, genereerden nog geen signalen bij mij dat ik een ander pad moest volgen. Ook deze beperking, want zo kijk ik er echt naar, komt later natuurlijk nog heel vaak terug. Voelen dat het allemaal niet ok is maar niet in staat zijn er wat aan te doen en dit jaar in jaar uit te overleven.

Lees ook deel 2 www.hypercreativemind.com

ADHD, wat moet je ermee – Een doodnormale simpele ochtend.

‘ADHD, wat moet je ermee?’ – Een doodnormale simpele ochtend.

Het is 06:06 uur en ik word wakker van het meest doordringende klote geluid van mijn wekker. Het was weer een korte nacht. Gisteravond ben ik om 23:30 uur naar bed gegaan om vervolgens tot 01:30 uur de afgelopen dagen te overdenken. Om 04:15 uur werd ik wakker met de gedachte in mijn hoofd de rekentoetsboeken van de leerlingen uit mijn klas mee naar werk te nemen, want die hebben zij immers vandaag nodig. Om 04:45 uur was ik nog steeds klaarwakker. Eigenlijk helemaal niet erg, want hierdoor had ik de tijd om na te denken over de doelen die ik mijzelf in het leven stel en met welke acties ik vandaag wil gaan starten. Zo heb ik mijzelf o.a. voorgenomen om vandaag eerder naar werk te vertrekken, zodat ik meer tijd heb voor wat administratieve taken. Echter bleef dit voornemen bij een voornemen, want de moeheid en mijn ochtendhumeur zorgden ervoor dat ik de wekker opnieuw ging zetten, maar dit keer op een zo laat mogelijke tijd. Meteen weer in slaap gevallen, werd ik gevoelsmatig nog geen 10 seconde later opnieuw door het meest doordringende klote geluid van de wekker wakker. Nu moet ik er toch echt uit, anders kom ik te laat op werk. Lichtelijk opgezet en stijf loop ik regelrecht naar de douche. Ik was mijn lichaam en haren en zorg ervoor dat het water koud tot lauw is, want dit helpt tegen de moeheid. Klaar met douchen, droog ik mijzelf met een handdoek af waarna ik merk dat ik de shampoo nog niet uit mijn haren heb gespoeld. Opnieuw stap ik onder de douche om het dit keer wel te doen. Eenmaal goed gewassen en afgedroogd, loop ik de route vanaf de badkamer naar mijn kledingkast en stap ik over wat stapels schone en vieze kleren die ik her en der op de grond heb verzameld. Het ziet er best grappig en creatief uit zo’n kledingparcours. Wanneer ik mijn kleren heb aangetrokken, poets ik mijn tanden en kijk ik tijdens het poetsen naar het pillendoosje dat op de rand van de wasbak ligt. Dit pillendoosje, wat uit verschillende vakjes van maandag t/m zondag bestaat, heb ik gisteren nog braaf aangevuld met de verschillende medicijnen die ik dagelijks hoor in te nemen. Terwijl ik ernaar kijk besluit ik om de pillen voor vandaag later op de dag in te nemen, want ik heb nog geen trek in een glas water. Fris en fruitig ben ik inmiddels ready to go voor werk. Alhoewel ik moet eerst nog even mijn sleutels vinden, die ik dit keer niet op mijn vaste twintig opbergplekken heb liggen. Aaah, gevonden! Ze lagen op de grond naast het toilet. Rijdend in de auto kijk ik naar het benzinelampje wat al sinds eergisteren brandt. Ik moet echt, maar dan ook echt vandaag gaan tanken als ik niet weer langs de kant van de weg stil wil komen te staan. Terwijl ik rij, check ik op mijn horloge de tijd. Ik kan niet met zekerheid zeggen dat ik op tijd op werk aan zal komen. Opeens scheld ik hardop in de auto: ‘Fuck, kutsooi! De rekentoetsboeken!’. Bij de eerste mogelijkheid keer ik om en rij ik terug richting huis want de leerlingen hebben het immers vandaag nodig. Ik parkeer de auto voor mijn deur, loop naar binnen, stap opnieuw over een brief heen die op de deurmat klaarligt om op de post te doen en pak snel de rekentoetsboeken. In de auto check ik opnieuw de tijd en dit keer kan ik wel met zekerheid zeggen dat ik te laat op werk zal aankomen. Op de parkeerplaats van werk, parkeer ik de auto, stap ik uit en doe hem op slot. Loop nog een keer terug, aangezien mijn tas nog in de auto lag en loop vervolgens het schoolgebouw binnen. Ik groet wat collega’s die toevallig een blik op hun horloge werpen, zet de waterkoker voor een kopje thee aan en kopieer nog een werkje. Mijn leerlingen druppelen nu langzaam binnen en ik ontvang ze aan de deur van het klaslokaal. Ze beginnen de dag met het lezen van een boek en ik zit op mijn bureaustoel achter mijn bureau en trek de lade hiervan open. Ik zie verschillende medicijndoosjes nog in originele verpakkingen liggen. Ohjaa, ik had het pillendoosje mee moeten nemen. Agh, ik pak wel wat pillen uit deze doosjes en neem het in met een slok thee. Maar wacht is even, waar is mijn kopje thee eigenlijk?

…en dan heb je ADHD

Ik schrijf eigenlijk nooit over mijn gedachten en gevoelens online. Teveel negatief commentaar dat mij altijd erg aangrijpt en bezig houdt. Ik wil dit nu wel doen doordat ik door een aantal artikelen getriggerd werd. Zelfs op deze site kom ik regelmatig commentaar tegen over ADHD en of het nu wel of niet een aandoening is. Met goed eten gaat het wel weg. Daar groei je wel overheen. En altijd worden deze uitingen gedaan door mensen die, zo lijkt het, geen idee hebben waar zij het over hebben. Natuurlijk, subjectief kunnen zij goed bekijken en beargumenteren waarom DSM blablabla. Ik heb het idee dat de mensen die zich zo negatief over ADHD uitlaten zelf niets mankeren. En dat projecteren op mensen die, in hun ogen, alleen uit zijn op aandacht of gewoon geen pit hebben. Wanneer ik naar mijzelf kijk ligt de waarheid toch echt anders. Het interesseert mij namelijk niet, in de basis, wat een ander denkt over wat mij mankeert. Wat mij wel interesseert is dat een grote groep mensen wordt weggezet als aanstellers. Vandaar mijn ‘artikeltje’.

Maar hoe is het nu eigenlijk om ADHD te hebben? Ik ben zelf ook altijd erg sceptisch geweest over vermeende aandoeningen. Dat heb ik meegekregen in mijn jeugd, mijn grootste verzorgster was mijn moeder. Zij heeft in haar vroege leven, waarschijnlijk omdat zij ook ADHD heeft, in een tehuis voor meisjes gezeten. Omdat zij thuis niet te handhaven was in een naoorlogs gezin met nog zes broers en zussen. In dat tehuis werd er zeer streng gehandeld en opgevoed. Dat is dus de enige opvoeding die zij kende en zij heeft mij en mijn zus ook streng (doch rechtvaardig) opgevoed. Niet gek dat mijn denkbeelden de hare zijn, althans in eerste instantie. Die bodem is gelegd, vanuit dat punt redeneer ik onbewust toch snel verder. Dat lag uiteraard ook aan mijzelf: teruggetrokken, vaak alleen uit eigen overtuiging, zelden echt opletten en erbij horen. Dromerig, werd er dan gezegd. Nou prima hoor, het leek voor mij prima te werken.

Bij de start van mijn middelbare schoolopleiding begon het wat lastiger te worden: nauwelijks kunnen opletten, veel energie kwijt aan alleen al op school komen en blijven, alle indrukken verwerken, kapot bij thuiskomst en dat al op dertien jarige leeftijd. Maar vanuit thuis kreeg ik mee, zet je schouders eronder, wees toch niet zo lui, doe nu eens je best. Terwijl ik echt mijn best wel deed! En zo modderde ik maar wat verder, bleef een keer zitten, uiteindelijk toch op gymnasium niveau tot de examens gekomen. Met een achterstand van heb-ik-jou-daar (door het niet opletten in de klas en maar zelden huiswerk doen) van school gegaan. Geen zin meer. Zelfvertrouwen in het putje weggespoeld, begin van een depressief leven. Maar nog steeds: met jou is niets mis, je hebt gewoon geen ‘pit’. Wederom: zet je schouders er nou eens onder!

Nou, dat heb ik dan maar gedaan! Mijn eigen zelf overstemd met een overmatig gevoel van eigenwaarde, tomeloze arrogantie. Als schild. Als manier om met een situatie om te gaan waarvan ik niet wist wat ik er mee moest. Goede baan gevonden, detachering, ICT, relatie stuk, verhuizen. Ach, iedereen heeft weleens wat. Gewoon doorgaan. Burn out nummer 1 op 23 jarige leeftijd. Beetje te hard gewerkt, zei desgevraagd mijn huisarts. Eerste keer psychologische ondersteuning, lekker cognitieve therapie, dan komt het wel goed. Burn out 2 rond 30, nummer 3 rond 35. Nieuwe relatie, kindje, drukdrukdruk, nergens toe komen. Ik denk dat het voor iedereen wel bekend voorkomt.

Ergens rond mijn 40e kreeg ons kind de diagnose ADHD en autisme. Dat was een grote shock. Ik heb mij daar ook tegen verzet. Welnee, hij is gewoon uitzonderlijk. Ik ging daarin voorbij aan wat mijn zoon nodig heeft. En herhaalde de zetten van mijn eigen opvoeding. Een torenhoog IQ en dan toch zo’n fout maken…achteraf vind ik het haast onvoorstelbaar. Enfin, veel verdieping gezocht, alle zorg voor onze zoon geregeld en ik zag hem opbloeien..en zag steeds vaker mijzelf in hem terug. Dat was voor mij de klik. Ik kon de klik haast horen zo sterk was het gevoel. Dat is nu een jaar geleden.

Gisteren was ik eindelijk aan de beurt voor mijn dag ADHD onderzoek bij ADHD Centraal. Een objectieve test, aangevuld met subjectieve vragenlijsten. De QB-test. 20 minuten concentreren en stil zitten, waarbij de bewegingen geregistreerd worden, tegelijk op een knop drukken wanneer dat de bedoeling is. Vreselijk, ik was kapot toen de test om was. Gesprek met de psychiater, uitleg over het gebrek aan dopamine, uitleg dat echt wel duidelijk is dat ADHD geen psychologische aandoening is maar een fysiologische (dat was voor mij dan even nieuw!). Vervolgens methylfenidaat, anderhalf uur laten inwerken en nog een keer de QB-test. Geen enkel probleem. 20 minuten concentreren, stil zitten, het ging perfect. De eerste keer scoorde ik slecht, 30 foute clicks, zeer veel bewegingen. Voor degenen die het interessant vinden, bij een standaard deviatie hoger dan 1,5 is er sprake van ADHD. Ik scoorde 1,9 zonder medicatie. 97e percentiel. Per honderd personen zijn er dus 2 die slechter scoren (en dus meer last hebben van hun fysiologische aandoening). Met medicatie scoorde ik -0,2 tov de standaard deviatie. En had ik geen enkele fout gemaakt….. wat een bizar verschil!

Ik neem nu dus methylfenidaat. Ik hoop dat de werking aanhoudt, want man oh man wat een verschil. Ik functioneer! Ik ben blij! Ik kom tot werk waar ik normaal mijn hoofd nog geen vijf minuten bij kan houden. En het allerbelangrijkste: ik weet nu dat ik niet gefaald heb omdat ik lui ben, of niet goed op heb gelet uit desinteresse. Ik heb eindelijk de genoegdoening dat het niet aan mijn houding of mijn psyche ligt, het is nooit een falen geweest vanwege een ‘slecht karakter’ of een ‘gebrek aan pit’. Nooit meer zal het mij iets doen wanneer iemand zegt ‘ze hadden jou in het leger wel wat pit kunnen bijbrengen’. En dat, beste niet ADHD-ers, is waar het om draait. Niet of het wel of niet psychisch of fysiologisch is, niet hoe je er vanaf komt (want dat kan niet), niet hoe je meer je schouders eronder kunt zetten (want dat doen we al!), niet lekker afgeven over ‘modeverschijnsel’ of  ‘iedereen heeft ineens ADHD’. Het gaat, aan het eind van de dag, over kwaliteit van leven. Hoe je dat ook wilt bereiken wanneer je ADHD hebt, of je nu wel of niet gelooft in medicatie.

Is dit nu een positief verhaal geworden? Ja, uiteindelijk wel. Voor mij althans wel. Ik heb er zin in, mijn leven vanaf nu. Ik heb nu eindelijk de focus om toch weer terug naar school te gaan, wellicht. Toch nog die masteropleiding te doen, wanneer mijn aandacht scherp blijft door medicatie. En wat een prachtig leven ga ik dan tegemoet!

 

Het klinkt erger dan het is..

ADD leven
Leven met ADD. Het klinkt erger dan het is. Tenminste, dat is mijn mening. Sinds ik officieel de diagnose ADD heb gekregen, is er niet veel veranderd.
Een lange tijd heb ik getwijfeld of ik hier wel of niet over zou schrijven. Veel mensen weten niet precies wat ADD is, of ze denken er negatief over. Veel werkgevers denken er voornamelijk negatief over. Terwijl het alles behalve negatief is. Nou ga ik niet heel diep in op wat ADD is en wat de symptomen zijn, want daar zijn genoeg websites over gemaakt. Ik ga in op hoe ADD deel uitmaakt van mijn leven.
[Lees meer…]

ADHD positief

Magazine-ADHD-positief-blog1ADHD positief….
tja adhd waarom ben je niet selectief
waarom niet alleen ik maar ook mijn kids in het bezit van jou,
Begrijp me niet verkeerd er zijn momenten dat ik van je hou,
Je geeft me doorzettings vermogen en kracht
En van jou heb ik vast ook mijn humor waarom iedereen lacht.
[Lees meer…]

De vanzelfsprekendheid van vriendschap

Ik was een onhandig kind. Niet onhandig in de zin dat ik struikelde, dingen stuk maakte of niet goed oplette in de klas. Ik was sociaal onhandig.kwetsbaarheid Ik kan me niet herinneren of ik dat altijd ben geweest. Als kleuter trok ik in elk geval al enorm naar de volwassenen toe, die begreep ik denk ik beter dan leeftijdsgenoten. De buurvrouw, mevrouw Zijlma, zit nog zo in mijn hart! Vriendjes of vriendinnetjes van mijn eigen leeftijd had ik eigenlijk niet. Ik miste dat niet echt maar als ik het wel gemist had, dan zou ik geen benul hebben gehad hoe ik vriendschappen zou moeten sluiten. Of hoe je moet vragen of je op het schoolplein mee mag spelen, of hoe je een speelafspraak maakt. Hoogst ingewikkelde zaken voor mijn ikje toen ik klein was.

Ik weet wel dat mijn moeder me op allerlei manieren probeerde in beweging te krijgen of op zijn minst van mijn kamer af. Net zoals ik ook wel eens bij mijn kinderen doe: ‘ga anders even bij die-en-die langs, dat is vast leuk’. Nou en dan ging ik bij die-en-die langs. Not! Ik fietste gewoon een rondje door de wijk en weer thuis loog ik: die-en-die was niet thuis.Soms kwam ik daar mee weg maar dit leugentje werd ook nog wel eens doorgeprikt.

Zo rond 4VWO ging het allemaal ineens vanzelf, kreeg ik een vast groepje van vriendinnen om me heen. Mensen die dezelfde interesses hadden als ik en dan kwam de klik vanzelf. Tijdens mijn studie idem dito, als er gemeenschappelijke interesses waren dan liep het gewoon vanzelf. Maar geloof me, hoe je dat proces een handje helpt als het niet vanzelf ging daar had ik beslist geen kaas van gegeten. Zo ben ik een keer van Groningen naar Leiden gereisd voor een afstudeerborrel van iemand waar ik verder niemand kende. Ik ben er 5 minuten geweest en heb mezelf daarna snel en stik-eenzaam weer op de trein terug gezet. Een praatje aanknopen? Geen idee.

Inmiddels ben ik er wel handig in geworden. Hoe? Doordat ik in mijn NLP-opleiding veel geleerd heb. Bijvoorbeeld over het onderwerp ‘rapport’, een onderwerp waarbij werd uitgelegd hoe je kunt leren om makkelijk contact te maken als je dat wil. En ook doordat ik nu beter begrijp waarom ik soms makkelijk contact maak en soms het liefst in de kelder wil verdwijnen. Nieuwe vriendschappen sluiten, contact maken, het gezellig hebben gaat me beter af. Contact en vriendschap is niet iets dat ik van nature altijd begreep en beheerste. Ik heb dat geleerd. En terwijl ik dit schrijf weet ik dat velen dit zullen herkennen en tegelijkertijd schaam ik me dat ik dit schrijf. Alsof ik een soort sociale kneus ben die op cursus moest om iets te leren wat de rest van de wereld vanzelf kan!

Onze oudste zit al drie weken ziek thuis. Er wordt zo af en toe geappt door klasgenoten hoe het met hem is. En hij antwoord niet. Omdat hij niet weet wat hij zou moeten zeggen, immers de dokter heeft geen verklaring voor zijn lamlendig ziek zijn. En dus haken de klasgenoten af, want ze horen niets van hem. Ik zeg hem: joh die jongens zijn ook onzeker. Willen ook bevestiging van jou dat je ze als vriend wil. Dat doe je niet door dat nadrukkelijk te zeggen, maar wel door te antwoorden. Door uit te reiken. Door hulp aan te nemen of te geven, ook als dat niet expliciet gecommuniceerd wordt.

En dus bedacht ik me: sommigen hebben hulp nodig bij rekenen of lezen. Anderen bij gymen en voetballen. En sommigen moet je de do’s en don’ts van het sociale verkeer iets explicieter uitleggen. En dus neem ik me voor om samen met hem naar de appjes te kijken en eens te bedenken wat goeie antwoorden zouden zijn. De dans van het opbouwen van vriendschappen dus. Want ik weet wat hij nog niet weet: minstens de helft van zijn klas vindt het net zo spannend om uit te reiken, kwetsbaar te zijn en echt contact te maken. Misschien niet eens de helft van zijn klas. Misschien wel de helft van de wereld!

Cathelijne

Ik diagnosticeer mezelf met..

brainWat zijn jouw dromen? Wat ga je morgen doen? Zal ik vandaag die spijkerbroek aan doen of toch een jurkje? Heb je ook dat je 6 keer dezelfde bladzijde kan lezen maar uiteindelijk niet weet wat je hebt gelezen? Wel weet je dan dat je twee verschillende sokken aan hebt, dat je vanavond pasta gaat eten en dat die persoon naast je in de trein heel leuk is. [Lees meer…]

Labels

labelmakerOudste leest niet makkelijk. Als het aan oudste zou liggen leest hij níet. Dat dit enigszins problematisch is, hebben we ook wel gezien. Immers school bestaat voor een groot deel uit hiërogliefen ontcijferen. We hebben hem daar gebalanceerd doorheen willen helpen. Niet teveel pushen, focussen op zijn sterke kanten en er vooral geen ‘ding’ van maken.
Onlangs kreeg hij een schooladvies dat hem en ons tegen viel en eigenlijk stomverbaasd achterover liet vallen. Hadden wij dan altijd verkeerd tegen hem aangekeken? Zagen wij zijn cognitieve prestaties door een roze bril? We dachten van niet. En we willen het joch ook geen overachieverige academische ouders aandoen die er uit willen persen wat er uit te persen valt. We denken niet dat we dat zijn hoor, maar toch. Wie weet hebben wij toch deze blinde vlek.
[Lees meer…]